Je kind gaat naar groep 1: Zo help je bij de start op school

Een grote stap, maar geen probleem dat opgelost hoeft te worden
Je kind wordt vier. Een bijzondere mijlpaal: voor het eerst naar de basisschool.
Misschien kijkt je kind er enorm naar uit. Misschien vindt het de gedachte aan school vooral spannend. Of misschien is je kind er eigenlijk nog helemaal niet zo mee bezig. Ook dat kan.
De start in groep 1 is voor ieder kind anders. Voor de ene vierjarige voelt de nieuwe klas al snel vertrouwd, terwijl een ander wat meer tijd nodig heeft om zijn plek te vinden. Sommige kinderen nemen gemakkelijk afscheid, andere kinderen hebben daar wat meer moeite mee. En soms verloopt de start eerst soepel en komt de reactie pas thuis.
Geen van deze reacties betekent op zichzelf dat er iets misgaat.
Een uitgebreide voorbereiding is meestal niet nodig. Tegelijkertijd kan het prettig zijn om je kind op een ontspannen manier alvast wat vertrouwd te maken met school. Zeker wanneer je weet dat jouw kind veranderingen spannend vindt, wat gevoeliger reageert op nieuwe situaties of wanneer je merkt dat jij de start zelf best spannend vindt.
In deze blog lees je hoe je je kind kunt voorbereiden op groep 1, wat kan helpen bij het afscheid en de eerste weken en hoe je je kind kunt ondersteunen als de overgang wat meer van hem of haar vraagt.
Hoe bereid je je kind voor op groep 1?
Je hoeft van de voorbereiding op school geen groot project te maken. Het doel is vooral dat school steeds wat bekender wordt.
Verken de school alvast. Loop of fiets samen eens langs de school, speel op het schoolplein of maak tijdens een wenmoment kennis met de leerkracht en de klas. Ook de route naar school een paar keer samen lopen of fietsen kan helpen om het nieuwe wat vertrouwder te maken.
Praat er af en toe over. Vertel je kind wat er straks gaat gebeuren: “Je gaat straks naar groep 1. Daar is de juf en daar zijn andere kinderen. Je gaat spelen en samen dingen doen. Ik breng je naar school en na school kom ik je weer ophalen.”
Geef je kind ruimte om zelf vragen te stellen of iets te vertellen. Je hoeft school niet steeds onderwerp van gesprek te maken en ook niet voortdurend te vragen of je kind het spannend vindt. Daarmee kan iets wat voor je kind misschien gewoon een nieuwe stap is, onbedoeld groter worden gemaakt.
Lees samen een boekje over naar school gaan. Een verhaal kan een laagdrempelige manier zijn om kennis te maken met het idee van school en kan vanzelf aanleiding geven voor een vraag of gesprek.
Oefen een paar praktische dingen. Zelf de jas aan- en uittrekken, schoenen aantrekken, naar de wc gaan, een beker of tas openen en hulp vragen wanneer iets niet lukt, kunnen handig zijn. Maar je kind hoeft dit niet allemaal perfect te kunnen voordat het naar groep 1 gaat. Op school leert en oefent je kind deze vaardigheden verder.
Je hoeft je kind dus niet “schoolklaar” te maken. Geen letters leren, iedere dag oefenen met stilzitten of thuis schooltje spelen. Zie de voorbereiding vooral als een manier om iets nieuws alvast een beetje vertrouwd te maken.
Het afscheid: kort, duidelijk en voorspelbaar
Voor sommige kinderen is vooral het afscheid nemen lastig. Een duidelijk en voorspelbaar afscheid kan dan helpen.
Breng je kind naar de klas, neem afscheid en vertel wanneer je weer terugkomt. Bijvoorbeeld: “Ik zie dat je het moeilijk vindt dat ik wegga. De juf gaat nu met je mee. Ik kom je na school weer ophalen. Nog een kus en dan ga ik.”
Het afscheid hoeft niet voor ieder kind precies hetzelfde te verlopen. Het ene kind heeft genoeg aan een kus en een zwaai, terwijl een ander behoefte heeft aan een extra knuffel. Kijk naar je kind en sluit aan bij de afspraken en routines van de school.
Ga niet stiekem weg. Ook als je verwacht dat je kind anders gaat huilen, is het belangrijk dat je kind weet wanneer je vertrekt. Zo blijft het vertrouwen bestaan: mama of papa vertelt het als die weggaat en komt daarna weer terug.
Tranen bij het afscheid betekenen bovendien niet automatisch dat het niet goed gaat. Een kind kan verdrietig zijn wanneer je weggaat en even later gewoon gaan spelen. Vraag daarom bij de leerkracht liever hoe het met je kind gaat nadat je bent vertrokken.
De eerste weken: kijk verder dan het afscheid
De start op school kan best even wennen zijn. Het is daarom niet het belangrijkst om te kijken of het afscheid meteen zonder tranen verloopt, maar vooral hoe je kind zich daarna voelt en hoe het zich gedurende de eerste weken steeds meer gaat redden.
Een kind kan bij het afscheid verdrietig zijn, maar kort daarna vrolijk gaan spelen. Een ander kind blijft misschien langer verdrietig, heeft moeite om mee te doen of zoekt veel nabijheid bij de leerkracht.
Vraag de leerkracht daarom bijvoorbeeld:
Gaat mijn kind spelen nadat ik vertrek?
Zoekt het contact met andere kinderen?
Voelt het zich steeds meer op zijn gemak bij de leerkracht?
Lukt het om mee te doen met activiteiten?
Kijk vooral naar de ontwikkeling over tijd. Een moeilijke eerste ochtend zegt weinig over hoe de start uiteindelijk zal verlopen. Het ene kind heeft een paar dagen nodig om te wennen, terwijl een ander daar langer over doet.
Je hoeft dus niet meteen iets te doen als je kind de eerste dagen moeite heeft met afscheid nemen. Geef het de tijd om te wennen en blijf samen met de leerkracht kijken hoe het gaat.
Waarom kan je kind thuis ineens anders reageren?
Een veelvoorkomende ervaring bij de start op school: op school lijkt het prima te gaan, maar thuis is je kind ineens boos, huilerig of snel van slag. Een klein verzoek kan opeens een enorme reactie oproepen.
Dat verschil kan best verwarrend zijn. Je hoort van de leerkracht dat je kind fijn heeft meegedaan, terwijl je thuis een heel ander kind lijkt te zien. Toch kunnen beide waar zijn. Je kind kan zich op school prima vermaken en zich tegelijkertijd thuis anders gedragen.
Misschien is je kind na school sneller boos, wil het niets meer of heeft het meer behoefte aan nabijheid. Dat kan een tijdelijke reactie zijn op alle veranderingen van deze nieuwe fase. Je hoeft zo’n reactie niet meteen te interpreteren. Kijk eerst eens wat er gebeurt en of het in de loop van de tijd verandert. Een kind dat thuis anders reageert, hoeft niet per se een kind te zijn bij wie het op school niet goed gaat.
Als je kind na school moeilijk tot rust komt
Sommige kinderen lijken wat meer moeite te hebben om na een drukke of nieuwe situatie weer tot rust te komen. Om te begrijpen waarom dat zo kan zijn, helpt het om te kijken naar arousal: de mate waarin het lichaam en brein ‘aan’ staan.
Een bepaalde mate van arousal is nodig om wakker en alert te zijn. Maar gedurende een schooldag krijgt je kind veel indrukken te verwerken en moet het zich voortdurend aanpassen. Bij sommige kinderen blijft die activatie na zo’n dag langer hoog. Je ziet dan bijvoorbeeld dat een kind moeilijk tot rust komt, druk wordt, sneller boos reageert of juist teruggetrokken raakt.
Het doel is niet om je kind de hele dag rustig te houden. Het gaat er vooral om dat je kind na inspanning en veel indrukken weer kan terugschakelen.
Misschien denk je bij ontspanning automatisch aan rustige activiteiten: samen een boek lezen, knuffelen of even op de bank zitten. Dat kan zeker helpen, maar ontspanning kan ook actief zijn. Sommige kinderen komen juist tot rust door buiten te spelen, te fietsen, te schommelen of op een andere manier te bewegen. Ook tekenen, knutselen of sensorisch spel (bijvoorbeeld spelen met zand, klei, schuim) kunnen helpen.
Daarnaast kan voorspelbaarheid helpen. Een vaste, herkenbare volgorde vanaf het ophalen kan prettig zijn, bijvoorbeeld eerst samen iets eten en drinken en daarna even spelen.
En misschien wel het belangrijkste: je hoeft je kind bij het ophalen niet meteen allerlei vragen te stellen. “Hoe was het?” en “Wat heb je gedaan?” kunnen best even wachten. Een simpele “Fijn je weer te zien” en samen naar huis gaan kan op dat moment genoeg zijn. Als je kind later zelf iets wil vertellen, ontstaat daar vanzelf ruimte voor.
Je kunt eigenlijk al vóór de start van groep 1 eens opletten: wat helpt mijn kind om na een druk moment weer te ontspannen? Zo bouw je geen vast stappenplan, maar verzamel je een soort gereedschapskist waaruit je kunt kiezen wanneer je kind dat nodig heeft.
Wanneer is het goed om met school te overleggen?
De meeste kinderen hebben even tijd nodig om te wennen aan een nieuwe omgeving. Een paar moeilijke ochtenden of tranen bij het afscheid zijn daarom niet meteen reden tot zorg.
Het kan wel prettig zijn om met de leerkracht te overleggen wanneer je merkt dat je kind langere tijd veel spanning houdt. Bijvoorbeeld wanneer je kind na het afscheid moeilijk tot spelen komt, weinig contact maakt, zichtbaar gespannen blijft of steeds meer moeite lijkt te krijgen met naar school gaan.
Kijk daarbij vooral naar het verloop over de tijd. Wordt je kind langzaam wat vertrouwder met de leerkracht en de klas? Gaat het steeds makkelijker mee in activiteiten? Of blijft de spanning hetzelfde of neemt deze juist toe?
Bespreek ook wat je thuis ziet. De leerkracht ziet je kind in de schoolsituatie en jij ziet wat er thuis gebeurt. Door die ervaringen naast elkaar te leggen, ontstaat vaak een beter beeld van wat je kind nodig heeft.
Je hoeft daarbij niet meteen te weten waarom je kind moeite heeft. Samen kijken wat jullie zien, wanneer het gebeurt en wat helpt, is vaak een goede eerste stap.
Je hoeft het niet perfect te doen
Je kind hoeft niet zonder tranen aan groep 1 te beginnen. Het hoeft school niet meteen geweldig te vinden en je hoeft de overgang ook niet helemaal voor je kind weg te nemen. Voor de meeste kinderen is het vooral een kwestie van wennen. Je kunt je kind hierbij ondersteunen. Maar niet minder belangrijk: je hoeft het niet perfect te doen.
Kijk naar je eigen kind. Wat heeft het nodig? Misschien helpt het om school alvast wat vertrouwd te maken, misschien heeft je kind vooral behoefte aan een duidelijk afscheid of juist aan extra tijd om na school weer tot rust te komen.
De ene vierjarige stapt op de eerste dag vrolijk de klas in. De andere heeft wat meer tijd nodig om zijn plek te vinden. Beide kunnen normale manieren zijn om aan een nieuwe fase te beginnen.
Je hoeft de overgang niet voor je kind weg te nemen. Je kunt er wel samen doorheen bewegen.
Heb je nog vragen?
Blijven de reacties thuis je zorgen geven of blijf je je afvragen wat je kind nodig heeft? Dan kan het fijn zijn om eens samen te kijken naar wat er speelt en wat je kind kan helpen.



Opmerkingen